5 juli 2020

Jaguar XE

Door Ewoud Hallebeek

Volgende maand trekt Jaguar officieel het doek van de XE, waarmee de Britten frontaal de aanval openen op de Duitse gevestigde orde in het premium D-segment. Advocatie was aanwezig bij de exclusieve preview in de fonkelnieuwe fabriek in Solihull (UK) en zag dat het goed was.

In de zomer en vroege herfst van 1940 voerden de Engelsen verwoed strijd met de Duitsers om de hegemonie in het luchtruim boven de Noordzee en het Verenigd Koninkrijk. In oktober van dat jaar wisten de Britten deze Slag om Engeland uiteindelijk definitief in hun voordeel te beslechten. Met dank aan de krachtige en wendbare Spitfire, die de tot dan superieur geachte Messcherschmitt op alle fronten overklaste. Volgend jaar, vijfenzeventig jaar na dato, herhaalt de geschiedenis zich, zij het dat de strijd dan vooral zal gaan om de gunst van de zakelijke rijder en dat de showroom plaats van handeling is.

Al sinds jaar en dag maken Audi, BMW en Mercedes de dienst uit in het felbevochte D-segment. Met respectievelijk de A4, de 3-serie en de C-klasse houden zij elkaar scherp in de gaten en nemen zij afwisselend de positie van benchmark in. Nieuwkomers maken, bij gebrek aan prestige, nauwelijks kans: de zakelijke rijder kiest, als het budget het toelaat, voor de Grote Drie. Dat Duitse bastion komt volgend jaar echter serieus onder vuur te liggen. Als de voortekenen ons niet bedriegen, zal de hagelnieuwe, achterwielaangedreven Jaguar XE de gevestigde orde op zijn grondvesten doen trillen.

Als we de terecht geflopte X-Type, want in wezen gewoon een knap vermomde Ford Mondeo, gemakshalve buiten beschouwing laten, is de XE Jaguars eerste écht serieuze poging toe de treden tot de markt van compacte premium zakensedans. Hoe serieus die poging is, moge wel blijken uit het feit dat de Britten volledig carte blanche kregen van moederbedrijf Tata. En dat resulteerde niet alleen in een compleet nieuwe fabriek en productielijn (kosten: € 500 miljoen), maar maakte het vooral mogelijk om volledig ‘blanco’ te beginnen. Voor het eerst in de moderne Jaguar-geschiedenis hoefden er geen onderdelen en kennis gedeeld te worden, maar mocht men het helemaal zelf bepalen. Het doel dat men zich stelde, was tamelijk overzichtelijk: de XE moest, met behoud van het typische Jaguar-DNA, de best rijdende auto in zijn klasse worden, met een zo klein mogelijke carbon footprint.  Dat klinkt simpel, maar het duurde uiteindelijk vijf jaar voordat men het resultaat aan de wereld durfde te tonen. Vorige week mocht een select groepje journalisten alvast kennismaken, op 1 oktober (tijdens de Salon van Parijs) mag eindelijk ook het grote publiek zich aan de nieuweling vergapen.

Tijdens de preview vorige week hulde Jaguar zich over een aantal zaken nog in hardnekkig stilzwijgen (‘Kom volgende maand naar Parijs, dan wordt het u allemaal duidelijk’), maar over veel dingen mochten wij de heren ingenieurs en ontwerpers het hemd van het lijf vragen.

Zoals gezegd is de XE op alle onderdelen vanaf een wit vel papier tot stand gekomen. De motoren, bijvoorbeeld, zijn voor het eerst in de geschiedenis volledig door Jaguar zelf ontworpen en dragen de familienaam Ingenium. Het koppelen van hoge prestaties aan een gering verbruik en lage onderhoudskosten was daarbij de grootste uitdaging. Volgens Jaguar lag de oplossing vooral in het verminderen van interne wrijving (daarom zijn de nokkenassen en balansassen voorzien van glijlagers), niet alleen bij de motoren, maar ook bij de versnellingsbakken. Het resultaat mag er zijn: de tweeliter diesel (163 pk, 380 Nm) stoot slechts 99 gram Co2 per kilometer uit, wat hem in Nederland het felbegeerde (en voor de leasemarkt o-zo-belangrijke) 20%-bijtellingslabel oplevert, en behoeft slechts iedere 33.000 km onderhoud.

Wat de andere motoren zijn, vraagt u? De enige die Jaguar wilde bevestigen (‘Kom volgende maand…’) is de uit de F-Type afkomstige 3.0 V6 Supercharged (340 pk, 450 Nm), maar een onoplettende zegsman liet zich ontvallen dat de XE ook zal worden uitgerust met een tweeliter benzinemotor. In eerste instantie de 240 pk viercilinder uit de Land Rover Freelander, maar al snel opgevolgd door een eigen Ingenium-variant. En ga er maar vanuit dat er ook een 300+ km/u R-versie in de pijplijn zit, als concurrent van de M4 en de RS4, evenals een zescilinder diesel. Of zoals Jaguar het zelf verwoordde: ‘Komende twee jaar zullen we iedere drie tot zes maanden met een nieuwe motor komen.’ Alle motoren zijn gekoppeld aan een gloednieuwe handgeschakelde zesversnellingsbak, of de al bekende achttraps automaat met flipperbediening achter het stuur.

Met Tata, een van ’s werelds grootste staalproducenten, als moederbedrijf, is het niet verwonderlijk dat Jaguar veel werk kon maken van de architectuur van de XE. Driekwart van de auto bestaat uit (deels gerecycled) aluminium, wat zich volgens Jaguar vertaalt in een laag verbruik en een levendig weggedrag. Daarover gesproken: aan de voorzijde vinden we conventionele McPherson-veerpoten, de onafhankelijke achterwielophanging is volledig nieuw ontworpen. De opmerking van een collega-journalist dat de getoonde achterbrug wel érg grote gelijkenis vertoont met die van de Ford Mondeo en Mustang (Ford was tot 2008 eigenaar van Jaguar), werd schouderophalend als ‘toeval’ afgedaan. De aluminium monocoque zagen we vorig jaar voor het eerst in het SUV-studiemodel C-X17 en is nu dus productierijp. Dat Jaguar verwacht dat de XE maximaal zal scoren bij de EuroNCAP-botsproeven, ligt voor de hand,  maar mag niet onvermeld blijven.

En dan het uiterlijk. Verantwoordelijk voor het ingetogen krachtige ontwerp – de C-stijl is een subtiele verwijzing naar de iconische Mk II – is Ian Callum, die ook de Aston Martin DB7 en DB9 tekende. De instap-XE rolt de fabriek uit op 17-inch lichtmetaal, maar neem van ons aan dat u dat niet wilt. Vink op zijn minst 19-inch (nog beter: 20) aan op het orderformulier, dat verdient de auto. Een donkere kleur staat hem waarschijnlijk ook beter dan het kersenrood van het ons getoonde exemplaar. Of u voor het zogeheten Black Pack kiest, of toch liever opteert voor traditionele chroomaccenten, is een kwestie van persoonlijke voorkeur.

Het interieur is dat niet: dat is hoe dan ook een smaakvolle aangelegenheid. Sportief of luxe, u kunt het krijgen zoals u het hebben wilt – de diepte van uw portemonnee bepaalt uiteindelijk de grens.

Jaguar is erg trots op het nieuwe infotainmentsysteem, dat niet alleen is voorzien van bluetooth, audiostreaming, spraakbesturing en een USB-aansluiting, maar ook van een eigen WiFi 3G-hotspot. Maak verbinding met uw smartphone, en al uw apps verschijnen op het 8-inch touch screen. Sowieso zult u nu definitief aan de smartphone moeten, want daarmee kunt u vanuit uw luie stoel uw XE vergrendelen of ontsluiten, het alarm bedienen en het interieur verwarmen of koelen. We bedoelen maar.

Jaguar Nederland zegt de XE te gaan aanbieden vanaf € 40.000. Daarmee wordt hij een directe concurrent van de gelijkgeprijsde BMW 320i (170 pk), de Audi A4 1.8 TFSI (170 pk) en de Mercedes C180 (156 pk). De productie start eind december, de eerste exemplaren zullen in de lente van 2015 worden uitgeleverd. We hebben nog niet met de XE gereden, maar als die beleving net zo overtuigend is als de eerste statische presentatie, dan gaan de dealers van de drie grote Duitse merken een warme zomer tegemoet. Mocht u hen dan een bezoek brengen: whatever you do, don’t mention the war!

(Dit artikel verscheen eerder op Advocatie.nl)