5 juli 2020

Porsche Macan

Door Ewoud Hallebeek

Wie ‘Porsche’ zegt, zegt ‘911’. Maar natuurlijk is Porsche veel meer dan dat ene model, want de schoorsteen moet wel blijven roken. En met alleen compromisloze tweezitters, hoe leuk ook, redt je het dan niet. Vandaar dat in 2002 de Cayenne het levenslicht zag, zeven jaar later gevolgd door de Panamera. En sinds dit voorjaar is er de Macan. De vraag is: is dat nog wel een ‘echte’ Porsche?

Het was een beetje een gok, die Cayenne. De 911 mocht dan binnen zijn segment onwaarschijnlijk succesvol zijn, dat segment was wel flinterdun. Bovendien is het nooit verstandig constant op één paard te wedden. Kortom, tijd om nieuwe markten aan te boren. Aan het begin van het laatste decennium van de vorige eeuw was de SUV-markt booming. Geen wonder dat men daarom de pijlen daarop richtte – ideaal voor de mensen die wel een Porsche willen, maar voor wie een 911 of Boxster om allerlei redenen geen optie is. Nu kun je natuurlijk zelf het wiel gaan uitvinden, maar waarom zou je? Een liaison met VW/Audi was daarom snel beklonken. Die samenwerking leidde tot het 7L-platform, waar Volkswagen de Touareg op bouwde, Audi de Q7 en Porsche de Cayenne, die in 2002 het levenslicht zag. Porsche-puristen spraken er schande van, maar de fabriek kreeg het gelijk aan haar zijde. Na een wat aarzelende start bleek de verre van subtiele Cayenne een schot in de roos bij ‘nieuw geld’. En een rain maker van de eerste orde.

Dat zette de deur wagenwijd open voor de in 2009 geïntroduceerde vierdeurs Panamera, die het op zijn beurt prima doet bij profvoetballers, volkszangers en anderszins gefortuneerden met een stuitend gebrek aan goede smaak. Waarom dan het kunstje niet herhaald, moeten ze in Zuffenhausen hebben gedacht. Alleen dit keer compacter en verfijnder. De maatschappelijke acceptatie van full size-SUV’s is de afgelopen tien jaar aanzienlijk gekrompen en een kleine Cayenne zou op die ontwikkeling een passend antwoord zijn. Zie daar de Macan. Wederom tot stand gekomen in samenwerking met Audi, die er voor zichzelf de Q5 van maakte, en bedoeld om de Range Rover Evoque, de BMW X4 en, jawel, de Audi Q5 van repliek te dienen.

En het moet gezegd: de Macan is zowaar een prettige verschijning. De neus is misschien iets teveel in your face, maar vertegenwoordigt wel het Porsche familiegezicht en daar is ook wat voor te zeggen. Vanaf de A-stijl is het echter bescheidenheid troef, met een fraai aflopende daklijn en een mooie achterlichtpartij. Die vier vuistdikke uitlaten zijn dan weer wat overdreven, alsof de tekenaars het op het allerlaatste moment tóch niet konden laten, maar per saldo staat er een behoorlijk evenwichtig en ingetogen ontwerp. Ze kunnen het dus wel degelijk, daar onder de rook van Stuttgart. In eerste instantie projecteert het gedrongen, gespierde uiterlijk zich als tamelijk fors op het netvlies, maar in werkelijkheid valt het reuze mee. De Macan is maar liefst 20 cm korter dan de Cayenne en is daarmee exact even lang als een BMW 3-serie, om maar eens wat te noemen. De wielen zijn echter van grote invloed op de visuele impact van de auto. Standaard staat de Macan op 18-inch lichtmetaal, wat bepaald niet overdreven groot is voor een SUV van dit kaliber. Onze testauto stond op de optionele 21-inch Turbo Design-wielen en dat maakt een wereld van verschil. Zelf denken we dat 20-inch niet alleen fraaier is, maar ook fijner rijdt, maar dat is een kwestie van persoonlijke voorkeur.

De Macan is in drie smaken verkrijgbaar: als S (340 pk), als S Diesel (258 pk) en als Turbo (400 pk). Die laatste doet vermoeden dat de andere twee géén turbo aan boord hebben, maar niets is minder waar. In alle gevallen is sprake van geblazen zescilinders. Wij reden met de Diesel en dan heb je het over het bekende 3.0 V6 TDI-blok van Audi. Wel met 13 pk méér dan het merk met de vier ringen (het koppel van 580 Nm is opvallend genoeg identiek), want noblesse oblige. Die zelfontbrander doet voorbeeldig zijn werk en sleurt de 1.855 kg wegende S Diesel in 6,3 seconden naar 100 km/u, om pas bij 230 km/u de strijd met de luchtweerstand te verliezen. Dat Audi-blok is trouwens gekoppeld aan een automatische zeventraps versnellingsbak met dubbele koppeling. Volgens Porsche is dat de eigen PDK-bak, zoals we die ook uit de 911 kennen, maar het is een Audi S-Tronic gangwissel. Dat brengt ons weer bij onze openingsvraag: in hoeverre is de Macan een echte Porsche? Welnu, the proof of the pudding is in the eating. Rijden dus.

Het kenmerkende dashboard met drie ronde klokken, de toerenteller prominent in het midden, is typisch Porsche, net zoals de uitmuntende bouwkwaliteit. De zit achter het stuur is lekker actief, het kleine sportstuurtje een heerlijkheid. De Macan is overigens een feest voor knopjes- en schakelaarfetishisten. Alleen al de middenconsole telt een kleine veertig (40!) druktoetsen. Boven de binnenspiegel vinden we er ook nog eens een dozijn, zodat we rustig mogen stellen dat u niet snel uitgespeeld zult raken.

Het weggedrag is ronduit sportief te noemen. In eerste instantie lijkt ‘lekker vlot’ meer de lading te dekken, maar dat verandert als je de sportknop indrukt. Opeens is dan de gasrespons wél zoals het een Porsche betaamt, zetten de schokdempers zich schrap en reageert de versnellingsbak hyper assertief. Volgens Porsche is de Macan ‘de eerste sportwagen onder de compacte SUV’s’ en daar is geen woord van gelogen. De variabele vierwielaandrijving (onder normale omstandigheden gaat 80% van het vermogen naar de achterwielen), in combinatie met de relatief zware besturing, zorgt ervoor dat de Macan met werkelijk ongehoorde snelheden rondgesmeten kan worden. Zonder twijfel de best sturende auto in zijn klasse, en ook dat is inderdaad ‘typisch Porsche’.

De Macan is verkrijgbaar vanaf € 76.000, maar daarmee ben je er bij lange na niet. Alles wat bij andere auto’s (ook de veel goedkopere) tot de standaarduitrusting behoort, moet bij de Macan worden bijbesteld. Xenon-verlichting? Zit er niet op. Lederen bekleding kost € 1.635. En ook voor stoelverwarming, sleutelvrije toegang, Bleutooth en airbags achterin moet worden bijbetaald. Geen wonder dat de optielijst een boekwerk van maar liefst 85 (!) pagina’s omvat. Ga er vanuit dat een ‘normaal’ uitgeruste Macan minimaal een ton kost (onze testauto kwam zelfs uit op bijna 120K). Een hoop geld. Of moeten we zeggen: ook in dat opzicht een hele echte Porsche?

(Dit artikel verscheen eerder op Advocatie.nl)