24 september 2020

Skoda Superb

Door Ewoud Hallebeek

Niet iedereen is gecharmeerd van een ster op de motorkap, vier ringen in de grille of een blauw-witte propeller op de achterklep. Niet zozeer vanwege de prijs of de uitrusting, want met comfort en moderne techniek is niks mis, maar ‘het sfeertje’ rondom auto’s uit het topsegment zorgt voor een ontheemd gevoel. Om over de negatieve reacties van cliënten nog maar te zwijgen. Voor die mensen zou de Skoda Superb zomaar de ideale oplossing kunnen zijn.

Skoda’s zijn al lang niet meer die deerniswekkende IJzeren Gordijn-vehikels waarvan de achterruitverwarming uitsluitend diende om koude handen bij het aanduwen te voorkomen. Het Tsjechische merk – dat dit jaar zijn 123e verjaardag vierde, waarmee het één van de oudste autofabrikanten ter wereld is – kwam in 1991 in handen van het Volkswagen-concern en heeft sindsdien een indrukwekkende ontwikkeling doorgemaakt. Weliswaar beschouwen de Wolfsburgers het als hun budgetmerk, maar laat het maar aan de Duitsers over om een dergelijke kwalificatie handen en voeten te geven. Vandaag de dag is Skoda gewoon een iets goedkopere Volkswagen, inclusief de spreekwoordelijke ‘Duitse kwaliteit’. Desondanks zorgt de naam bij niet-kenners nog altijd voor steunbetuigingen en meewarige blikken. Daar moet je tegenkunnen. Maar als uw ego u daarbij niet in de weg zit, kunt u er ook uw voordeel mee doen.

Want laten we eerlijk zijn, ons Nederlanders ben zunig. En wij Calvinisten gunnen iedereen het allerbeste, zo lang de ander het maar niet beter heeft dan wij. Fluitsma en Van Tijn zongen het al in 1996: ‘Het land vol van verdraagzaamheid, alleen niet voor de buurman. De grote vraag die blijft altijd: waar betaalt-ie nou z’n huur van?’ En dus wordt u, met uw zuurverdiende zes-cijfers-voor-de-komma-automobiel op de kantoorparkeerplaats, geconfronteerd met cliënten en zakelijke toeleveranciers, die semi-grappend opmerken ‘nu begrijp ik waarom die nota zo hoog is’, ‘nou, nou, het kan er kennelijk vanaf’ en ‘het is wel duidelijk waar mijn centen naartoe gaan’. Dan kunt u bij de koffieautomaat tegen uw mede-vennoten verzuchten dat ‘in Amerika het tonen van succes juist een aanbeveling is’, maar daar heb je in Zoetermeer-Oost bar weinig aan. Dus waarom niet een 180 graden-draai gemaakt en alle zuurpruimen de wind uit de zeilen nemen? Met Skoda’s topmodel Superb bijvoorbeeld.

In 2002 kwam de eerste Superb op de markt, gebaseerd op de Chinese VW Passat. Inmiddels zijn we bij de derde generatie aanbeland, die drie jaar geleden het levenslicht zag. De vormgeving, met scherpe lijnen en strakke hoeken, is ‘typisch Volkswagen Groep’ en doet niet onder voor die van VW of Audi. En ook de afwerking, met smalle naden tussen de carrosseriedelen en fraaie ontwerpdetails, kan zich zonder moeite met die merken meten. Wij zijn geen liefhebber van de huidige Skoda-grille, maar dat is een kwestie van smaak (je hebt het, of je hebt het niet, zoals wij ooit eens iemand hoorden zeggen) en doet ook eigenlijk niet zo ter zake. Per saldo staat er gewoon een fraaie, moderne en ingetogen auto. Die trouwens best fors is, maar nog altijd 7 cm korter dan een BMW 5-serie, om maar eens een ander merk dan VW te noemen. Die lengte biedt natuurlijk voordelen. Volgens Skoda heeft de Superb de grootste bagageruimte in zijn klasse en met 625 liter (de Combi meet 660 liter en met neergeklapte achterbank zelfs 1.950) is hij inderdaad enorm te noemen. Dat geldt ook voor de beenruimte achterin, die werkelijk ongeëvenaard is.

Sowieso is het interieur een prettige omgeving, met veel onderdelen die we herkennen uit andere VAG-producten. Dat is geen straf, maar het maakt wel duidelijk dat die vriendelijke prijs érgens vandaan komt. Dat zie je ook aan de gebruikte plastics, die goedkoper aanvoelen dan bij de meer premium merken. Maar plak op het stuur een VW-logo en niemand die doorheeft in een goedkoper alternatief te zitten. De Superb zit vol met handigheidjes: deurvakken die groot genoeg zijn voor 1,5-literflessen, opbergzakken aan de zijkant van de voorstoelen, uitneembare kofferbakverlichting (zodat je in het donker een zaklampje hebt), een prullenbakje, paraplu’s in de voorportieren, een ruitenkrabber achter het tankklepje, een tablethouder in de middenarmsteun van de achterbank en meer van die dingen waarvan je je afvraagt waarom ze niet standaard in elke auto zitten. Niet voor niets hanteert Skoda het adagium ‘simply clever’.

Het touch screen, met daarachter de navigatie en het infotainment, is fraai, met heldere kleuren en scherpe graphics, en werkt prettig intuïtief. Ons enige puntje van kritiek betrof de voorstoelen, die (ondanks dat onze testauto was voorzien van ‘sportstoelen’) weinig zijdelingse steun bieden en wat ons betreft wel een paar centimeter lager hadden mogen staan.

Het motoraanbod is overzichtelijk genoeg: een 1.4 TSI-benzineblok (met 150 pk, 250 Nm, 0-100 km/u in 8,9 sec en een topsnelheid van 218 km/u) en twee tweeliter diesels. Eentje met 150 pk (340 Nm, 9,1 sec, 214 km/u) en eentje met 190 pk (400 Nm, 7,8 sec, 233 km/u). Geen zescilinders, geen hybrides, geen fratsen.

Wij reden de 150 pk sterke 1.4 TSI Combi Business met Sportline-pakket, voorzien van de optionele automatische DSG-7 versnellingsbak en 19-inch lichtmetaal. Die wielen staan hem prachtig (en zijn, met een meerprijs van € 470, echt belachelijk goedkoop), maar wij zouden het Sportline-pakket, dat zo’n 6 mille kost, zonder meer achterwege laten. De Superb is in geen enkel opzicht sportief te noemen en dan slaan schakelflippers, spoilers, een (nep) diffuser, carbonversiering en een ‘performance monitor’ enigszins de plank mis. Om over de volledig zwarte grille, waardoor het ding er nóg grondstoffelijker uitziet, en het niet eens zo fijne sportstuur nog maar te zwijgen. De Superb is gewoon een comfortabele reis- en familieauto, zonder circuitambities of -talent. En met dat in het achterhoofd zouden wij opteren voor het Style-pakket (± € 2.000), dat met zijn ingetogenheid naadloos aansluit bij het no-nonsense karakter van de auto.

Mocht de prijs geen beletsel zijn, dan zou ons oog vallen op de luxe Laurin & Klement (vernoemd naar de oorspronkelijke Skoda-oprichters), met o.a. 18-inch lichtmetalen wielen, Dynamic Chassis Control, Led-verlichting, leren bekleding, geventileerde en verwarmde voorstoelen, interieurlijsten in hoogglans pianolak, 9,2-inch touch screen, DAB+ en tv-aansluiting, adaptive cruise control, automatische airco met drie gescheiden zones en lounge step voetenbankjes achterin. Zeg maar Skoda’s interpretatie van ‘all inclusive’. Overigens belooft Skoda voor de door ons gereden uitvoering een gemiddeld verbruik van 1 op 19,6. Wij kwamen, met een tamelijk behoudende rijstijl, uit op 1:14 en dat is best een groot verschil. Daar staat tegenover dat u met die 1.4 TSI prima bediend bent. Het motorblok is weliswaar niet bijster soepel, maar is sterk genoeg en trekt zich op kruissnelheid in auditief opzicht aangenaam op de achtergrond terug. Heel veel meer kun je niet verlangen.

Skoda Superb rijden kan vanaf € 35.290, dieselen begint bij € 36.920. De Combi heeft een meerprijs van € 1.500 tot € 2.000, afhankelijk van motorisering en uitvoering. De allerduurste Superb is de 190 pk Combi 2.0 TDI 4×4 L&K, die voor € 64.520 in de prijslijst staat. Zelfs als u alle opties aanvinkt, bent u daarmee royaal onder de 70K klaar. Niet alleen heeft u dan niets meer te wensen, uw cliënten zal het vooral opvallen dat u zo heerlijk gewoon gebleven bent. Weten zij veel. Overigens kunt aan de overkant van het Kanaal bij de Skoda-dealer ook een gepantserde (PAS 300-norm) Superb bestellen. Die kost omgerekend 135 mille, waar dan nog de extra belastingen bijkomen die de Nederlandse overheid daarvoor in rekening brengt. Maar mocht u toevallig Willem H. heten…