24 september 2020

BMW 6-serie Gran Turismo

Door Ewoud Hallebeek

In 2009 presenteerde BMW de 5-serie Gran Turismo: een hoge, coupé-achtige verschijning met – dankzij het onderstel van de 7-serie – zeeën van binnenruimte. En hoewel de 5 GT bepaald geen esthetisch hoogstandje was, waren de verkopen er niet minder om. Reden voor BMW om vorig jaar de opvolger te introduceren, waarbij gemakshalve het cijfer 5 plaatsmaakte voor 6.

Eerlijk is eerlijk, het uiterlijk is er wel op vooruit gegaan. Waar de 5 GT nog uitblonk in visuele obesitas en disproportionaliteit, gaat het er bij de 6 een stuk evenwichtiger aan toe. Waarmee niet gezegd is dat het nu een klassieke schoonheid is, maar de adem stokt in ieder geval niet meer van schrik. De breedte is niet veranderd, maar hij is wel langer (9 cm) en lager (2 cm), en dat betaalt zich terug in vloeiendere lijnen. Voor de rest bleef het recept ongewijzigd en kijk je nog altijd naar een soort vijfdeurs 7-serie, want net als zijn voorganger staat ook de 6 GT op het onderstel van BMW’s toplimousine.

Dat laat onverlet de vraag wat nu eigenlijk de doelgroep is. BMW zelf drukt zich vooral uit in gemeenplaatsen, stellende dat de 6 GT ‘het comfort van een luxe sedan voor lange afstanden combineert met de aantrekkelijke styling van een coupé’ en is bedoeld voor ‘veeleisende klanten die waarde hechten aan individualiteit, esthetiek en uitzonderlijk rijcomfort.’ Zo lusten we er nog wel een paar. Natuurlijk is het een cross over (zonder die typering verkoop je tegenwoordig geen auto’s meer), maar de daadwerkelijke invulling daarvan ontgaat ons een beetje. Ja, hij is 4 cm hoger dan een gewone 5-serie, maar de bodemvrijheid is exact gelijk, zodat van een bejaardenfähige hoge instap geen sprake is. Terreincapaciteiten kun je hem ook al niet toedichten, evenmin als bovenmatig praktische kwaliteiten. Het is, kortom, vlees noch vis. Of u moet als een blok vallen voor het uiterlijk, dan hebben we het nergens meer over.

Misschien moeten we de 6 GT vooral plaatsen in de hoek van de CEO die ‘een stukje maatschappelijke betrokkenheid’ wil tonen door af te zien van zijn gebruikelijke 7-serie, maar weigert in te leveren op het gebied van comfort en luxe. In dat opzicht is de 6 GT een alleszins verdedigbare keuze. Hij is net zo lang als een 7, heeft zelfs meer binnenruimte, maar oogt minder in your face en is bovendien tienduizenden euro’s goedkoper. Win-win.

De 6 GT is leverbaar met twee benzinemotoren en twee diesels, die allemaal een begrensde topsnelheid van 250 km/u hebben en zijn voorzien van een achttraps automaat met flipperbediening achter het stuur. Voor benzinerijders begint het feest bij de 630i (2.0 turbo, 258 pk, 0-100 km/u in 6,3 sec), gevolgd door de 640i (3.0 zes-in-lijn, 340 pk, 0-100 in 5,4 sec). De twee zelfontbranders hebben een drieliter zescilinder turbo onder de motorkap, met voor de 630d een vermogen van 265 pk (0-100 km/u in 6,1 sec) en 320 pk voor de 640d (0-100 km/u in 5,3 sec). Desgewenst worden de  640’s voorzien van xDrive-vierwielaandrijving.

Wij reden de 630d en die stelde in geen enkel opzicht teleur. Wat een fantastisch motorblok. Sterk, soepel, stil als het moet en gezegend met een hemeltergend mooi geluid. Wie denkt dat een diesel niet als een benzinemotor kan klinken, moet deze zespitter eens proberen. Het enige puntje van kritiek betrof de lichte, maar onmiskenbare dreun bij stationair toerental. Nu merk je daar, vanwege het stop/start-systeem, in de praktijk niet zo heel veel van, maar als je het eenmaal hebt gehoord, blijf je het horen. BMW belooft voor de 630d een gemiddeld verbruik van 1 op 17. Wij kwamen uit op 1:13.

Zoals het een BMW betaamt, is de interieurafwerking onberispelijk. Het is een feest om achter het (heerlijk dikke) stuur te zitten en te genieten van de mooie materialen, de weldadige uitrusting en de fijne wegligging. Uitzonderlijk stil is de 6 GT niet (bij hogere snelheden dringt windgeruis toch wat op de voorgrond) en de besturing had wel wat meer gevoel mogen hebben, maar per saldo is het vooral genieten met een hoofdletter G. Ook (of misschien wel: juist) achterin, want de beenruimte op de achterbank is voorwaar koninklijk te noemen. Kruis op het orderformulier het Entertainmentsysteem Professional (€ 2.455) en het Bowers & Wilkins Diamond Surround Sound Systeem (€ 4.442) aan, en u wilt nooit meer uitstappen.

Ten opzichte van de 5 GT groeide de bagageruimte met 110 liter, tot 610 (met neergeklapte achterbank 1.800 liter), maar door de schuin aflopende daklijn is de bruikbaarheid daarvan een stuk minder dan u op grond van de kille cijfers wellicht zou verwachten. Met het hele gezin op tweede Pinksterdag naar de Intratuin leidt er onherroepelijk toe dat u op de parkeerplaats beteuterd naar uw niet eens overvolle winkelwagen staat te kijken. Aankopen hoger dan 40 cm kunt u uitsluitend kwijt achter de voorstoelen en dat is dan toch een beetje een gênante vertoning. Te meer daar u dat probleem bij een simpele stationwagen of SUV niet zou hebben gehad.

De BMW 6-serie Gran Turismo is verkrijgbaar vanaf € 74.237. Nogal een verschil met de 7-serie, waarvan u de goedkoopste pas meekrijgt na achterlating van € 103.000. Daar staat tegenover dat het links en rechts aanvinken van leuke accessoires u duur kan komen te staan. Onze testauto, nota bene de instap-diesel, had voor 47 mille (!) aan opties aan boord, waardoor het totaalbedrag uitkwam op een monumentale € 131.027. Serieus geld. Dat zou zo erg nog niet zijn, als u voor dat bedrag iets bijzonders voor de deur zou hebben staan. Hoe fijn de 6 GT ook is (en dat is hij), nuchter beschouwd levert hij – afgezien van de businessclass-beenruimte achterin en het eventuele prestige dat u ontleent aan het typeplaatje op de achterklep – niets dat hem doet uitstijgen boven een prettig aangeklede 5-serie Touring, die niet alleen sportiever rijdt, maar volgens ons ook nog eens aanzienlijk mooier is. En die een vanafprijs heeft van € 56.990 plus een veel lagere afschrijving. Een kleine week in een 6 GT toonde ons vooral aan hoe goed de 5 Touring is. Wie had dat gedacht?

(Dit artikel verscheen eerder op Advocatie.nl)